Schoencadeautje 2016 | Grenzen aangeven – 3 strategieën

..schoencadeautje-4Voor je ze kunt aangeven, moet je eerst weten waar ze voor jou liggen. Het ‘eerst denken en dan doen’ verhaal wat we vaak te horen krijgen, is wel belangrijk om in je achterhoofd te houden. In mijn vorige blog kon je lezen dat grenzen aangeven niet alleen op de rem trappen is en dat het je helpt bij het vergroten van je autonomie. “Ho, stop, ho, geen zin in.” is een manier om aan te geven dat je ergens geen zin in hebt. Dat kan natuurlijk ook op een creatievere manier. Hoe kun je nu in (wellicht ook in dringende situaties) je grenzen anders aangeven?

Tegelijkertijd is het ook belangrijk dat je de grens die je stelt ook echt meent. Je kunt natuurlijk hartstikke mooie praatjes houden over waarom je iets wel of niet wilt. Je kunt daar uitgebreid over vertellen, maar een korte en krachtige boodschap komt besluitvaardiger en daadkrachtiger over. Pak die regie.

Vraag bedenktijd

Als je gevraagd wordt in te gaan op een voorstel en je bent niet helemaal zeker of je dat ook echt wilt, vraag dan bedenktijd. Secundaire reageerders (ik ben er ook een) zullen dit principe wel snappen. Iemand die secundair reageert heeft niet altijd zijn woorden klaar en vindt het fijn om even na te denken over wat er nu eigenlijk gevraagd wordt.

Soms kun je in je snelheid reageren op een voorstel en er daarna hartstikke spijt van hebben. Voorbeeldje: iemand vraagt je een boodschap door te geven en jij twijfelt op voorhand eigenlijk al of jij de juiste persoon bent om de boodschap over te brengen. (Iemand van zijn taak afhalen of vragen meer betrokkenheid te tonen…om maar iets te noemen) Toch zeg je direct ja om de ander tevreden te houden, maar na een poosje heb je je mening gevormd en vind je het eigenlijk geen goed idee. Er ontstaat ruis, je gaat ventileren met vrienden, collega’s of je baas, (“Nou, moet je horen wat mij net gevraagd werd…jongens, dat kan echt niet!”) met alle gevolgen van dien. Het gaat zijn eigen leven leiden en het wordt groter gemaakt dan het eigenlijk was, waarna niemand eigenlijk nog weet wat het probleem is.

Typisch gevalletje van geen grens aangeven. Je had namelijk meerdere antwoordopties. Je had ook nee kunnen zeggen…of bedenktijd kunnen vragen. Dat je die bedenktijd van de ander niet krijgt, zegt niet zozeer iets over jou, maar over degene die de vraag aan je stelde.

Het is goed en waardevol om te onderzoeken wat voor reageerder jij eigenlijk bent, zodat je daar rekening mee kunt houden tijdens het nemen van al dan niet belangrijke beslissingen. Het scheelt je een hoop gedoe als je je bewust bent van hoe jij de dingen aanpakt. Daarbij is het belangrijk je niet te veel bezig te houden met hoe de ander dingen aanpakt, daar heb je namelijk zelf niet zoveel aan. Het enige wat het je oplevert is dat je je nog meer om de wensen van de ander heen gaat vouwen. Ga je je teveel aanpassen (en dus jezelf en je mening wegcijferen) dan kom je vroeg of laat in de knel met jezelf en dat wil je liever niet, want het brengt je namelijk geen stap vooruit.

Wees objectiever

Wat ook zinvol is, is de dingen objectiever benaderen. Een herkenbaar euvel is, dat we ons te gemakkelijk van ons stuk laten brengen door dingen persoonlijk op te vatten. Hierdoor ga je wankelen en kun je eigenlijk nauwelijks objectief (of rationeel) naar een situatie kijken. Wat is er precies aan de hand? Zonder je daarbij af te vragen wat jouw gevoelsaandeel daarbij eigenlijk is. Wat zie je gebeuren, wat is waarneembaar?

Probeer afstand te nemen. Wat zou een derde persoon, die de situatie observeert zien als hij kijkt naar jullie gesprek? Kijk je naar je gevoelsaandeel ga je jezelf vragen stellen als: “Heb ik nu wel gereageerd zoals de ander verwachtte dat ik zou doen?”Ik hoop dat diegene mij nu aardig vindt, nu ik de boodschap door ga geven.””Als ik nu nee zeg, maak ik geen vrienden.”…laat je dit deel van jezelf overheersen, dan wordt het lastig objectief te kijken. Je betrekt dingen op jezelf en hierdoor kun je onzeker worden. “Heb ik het zo wel goed gedaan?” Voor wie had je het goed moeten doen? Voor de ander, of voor jezelf? Wie komt op welke plaats eigenlijk?

Wie objectiever kijkt vraagt: “Wat zie ik hier nu gebeuren?””Wat vraag jij eigenlijk van mij?””Stelt hij de vraag aan je juiste persoon, of kan hij dit ook aan iemand anders vragen?” Hier ben je effectiever bezig met de situatie en laat je jouw persoonlijke aandeel meer op de achtergrond. Voordeel: niet alles komt persoonlijk binnen, het wordt makkelijker dingen vanaf een afstand te bekijken. Je zit thuis minder te piekeren over wat de ander precies van je vindt. Goed voor je nachtrust en je humeur!

Wees begripvol, maar vul leegte niet met excuses

Begripvol reageren als iemand je iets vraagt, geeft je nog steeds meerdere antwoordopties natuurlijk. “Ik begrijp dat je deze vraag hebt, maar ik ben niet de juiste persoon om dit aan te vragen.” Zou een antwoord kunnen zijn. Zie je dat dat wat afstand creëert en de vraag weer terug legt bij de ander?

Nu ben je de ander nooit verantwoording verschuldigd, dus wil je je sub-assertiviteit omzetten in assertiviteit dan is het goed om te onthouden dat leegtes vullen met excuses eigenlijk alleen maar voeding is voor je onzekerheid. Je hebt het gevoel dat je je moet verantwoorden voor bepaalde keuzes die je maakt. Zolang het niet gaat om theoretische onderbouwing, zou ik het lekker laten. Wat maakt dat jij je telkens wilt verantwoorden? Voor wie of wat doe je dat? Bang dat de ander je niet meer aardig vindt als je niet uitgebreid genoeg uitlegt? Waarom je voor iets kiest of waarom je iets laat voor wat het is? Je bent alleen jezelf verschuldigd ervoor te zorgen dat je lekker in je vel komt te zitten.

Leave a Reply